Procesaanpak afbakenen Zwaar Werk t.b.v. RVU en preventieve DI-agenda
Zwaar werk komt in veel sectoren, bedrijven en organisaties voor en brengt risico’s met zich mee. Denk daarbij bijvoorbeeld aan fysieke belasting, zoals tillen en werken in ongemakkelijke houdingen, of psychosociale belasting door emotioneel belastend werk. Dit kan leiden tot overbelasting met ziekteverzuim en vroegtijdige uitstroom tot gevolg.
In het Onderhandelaarsakkoord ‘Gezond naar het Pensioen’ hebben werkgevers, vakbonden en kabinet afspraken gemaakt over eerder uittreden (RVU) en duurzame inzetbaarheid. Onderdeel van die afspraken is dat er vanaf 1 januari 2026 een gerichte en beheerste inzet van de RVU zal zijn die gekoppeld is aan het verbeteren van duurzame inzetbaarheid. RVU-afspraken moeten daarom altijd een onderbouwde afbakening van de doelgroep bevatten, gericht op belastende functies en werkzaamheden, gebaseerd op objectieve criteria.
Hieronder beschrijven we een procesaanpak die SPDI de afgelopen jaren voor verschillende sectoren en bedrijven heeft gebruikt. Deze aanpak helpt bij het in kaart brengen van bezwarende werkkenmerken, deze objectief te onderbouwen en te verkennen hoe deze in de toekomst verminderd kunnen worden door te investeren in duurzame inzetbaarheid.
Wat verstaat SPDI onder zwaar werk?
Er bestaat geen eenduidige, algemene definitie van zwaar werk. Wat als zwaar wordt gezien, verschilt per sector, organisatie en functie. SPDI hanteert in haar visiestuk daarom een breed toepasbare benadering, waarbij zwaar werk wordt gezien als werk dat zodanig belastend is dat langdurige uitvoering daarvan leidt tot fysieke of mentale slijtage, gezondheidsproblemen of vroegtijdige uitval en werk dat zodanige eisen stelt dat een werknemer daar niet een heel werkzaam leven aan kan voldoen.
Er zijn vijf hoofdcategorieën van bezwarende werkomstandigheden te benoemen (1) :
- Fysieke belasting – zoals tillen en dragen, duwen en trekken, trillingen en schokken, hand-arm taken en werken in ongemakkelijke houdingen of bewegingen.
- Omgevingsbelasting – zoals werken in gevaarlijke omstandigheden, belasting t.a.v. geluid of lawaai, warmte/ koude belasting, chemische factoren en biologische agentia.
- Cognitieve belasting – zoals waarnemingsvermogen, aandacht, geheugen en beslisvermogen.
- Psychosociale belasting – zoals een sociaal onveilige werkomgeving of emotioneel belastend werk. Tijdsdruk en een gebrek aan autonomie of sociale steun zijn hierbij belangrijke factoren.
- Werktijden – zoals nachtdiensten of het werken in de randen van de nacht en oproepdiensten (consignatie).
De zwaarte van het werk wordt bepaald door de aard van de belasting, de intensiteit, frequentie en duur van blootstelling.
(1) In het visiestuk van SPDI zijn vier categorieën benoemd. TNO Expertisecentrum Zwaar Werk hanteert vijf categorieën en die zijn in dit artikel gebruikt. Zie: https://expertisecentrumzwaarwerk.tno.nl/wp-content/uploads/sites/17/2026/03/TNO-2026-M11089-Criteria-validering-afbakeningen_24022026.pdf (13 maart 2026).
Hoe werkt de SPDI-aanpak?
In de praktijk betekent dit dat cao-partijen in gesprek gaan over wat in hún sector of organisatie als zwaar werk wordt gezien volgens bovenstaande categorieën (belastingsvelden). Dit leidt tot een gedeelde en gedragen definitie die als basis gebruikt kan worden voor verdere analyse, een preventieagenda en eventueel RVU-afspraken. De aanpak zoals SPDI die de afgelopen jaren heeft gehanteerd bestaat uit een aantal stappen zoals schematisch weergegeven:
- Stap 1: Voorbereidingen
- Stap 2: Kick-off
- Stap 3: Afbakenen en onderbouwen
- Stap 4. Opstellen van een preventieagenda
- Stap 5: Onderhandelingen RVU-doelgroep
- Stap 6: Cao-onderhandelingen

Stap 1: Voorbereidingen
Bepaal vooraf welke entiteiten (meerdere locaties of vestigingen, aanpalende cao’s of cao’s die volgen) moeten worden meegenomen in het bepalen van de doelgroep. Maak vervolgens een grove selectie van functies of functiegroepen naar afdeling/werkzaamheden en of werkomstandigheden (bijvoorbeeld fysieke en fysische belasting, arbeidstijden aan de randen van de nacht). Bekijk ook welke data er al beschikbaar is en ga na hoe actueel die data is.
Inventarisatie van bronnen
De volgende lijst kan gebruikt worden als aanknopingspunt voor het verzamelen van objectieve informatie, afhankelijk van of de vraag om ondersteuning op sector- of op bedrijfs-/organisatieniveau. Denk aan:
- Functiebeschrijvingen (al dan niet in beschreven in een functiehandboek) waarin belastende omstandigheden zijn omschreven.
- Is een procedure toetsing sectorale normfuncties op bedrijfsniveau beschikbaar en is die bruikbaar voor toetsing van belastende omstandigheden/handelingen?
- (Branche-)RI&E’s, Arbocatalogi en cao-afspraken.
- Medewerkersonderzoeken zoals: MTO/MBO’s, PAGO/PMO-resultaten, verzuimanalyses etc.
- CBS- en TNO-data over arbeidsbelasting en ziekteverzuim.
- Sectoranalyse of bedrijfsanalyse.
Informatie ophalen uit de praktijk
Aanvullend op de bovengenoemde bronnen kan ook gebruik gemaakt worden van onderstaande vragenlijsten:
- De checklist verzwarende omstandigheden in het werk van FNV: deze vragenlijst kan uitgezet worden onder werknemers, zij vullen vragen in en beoordelen daarmee hoe zij hun werkzaamheden ervaren.
- De quickscan beleving zwaar werk van SPDI.
De data die deze bronnen kunnen opleveren, ondersteunen de bevindingen tijdens het traject (zie stap 3) om te komen tot een doelgroepafbakening en vormen ook een basis voor het opstellen van de preventieagenda.
Stap 2: Kick-off
Tijdens de kick-off bespreken de cao-partners of ze een paritaire werkgroep in willen stellen om de belastende werkkenmerken van de grove selectie van functies en functiegroepen te gaan onderzoeken en onderbouwen voor de doelgroepafbakening. Een paritaire werkgroep kan uit de volgende personen bestaan:
- Vakbondsbestuurder, (kader)leden, OR-leden;
- HR, leidinggevenden, medewerkers;
- Deskundigen*, bijvoorbeeld:
o Veiligheidskundige/ preventiemedewerker;
o SHE (Safety Health and Environment) of KAM (Kwaliteit Arbeidsomstandigheden en Milieu) expert;
o Ergonoom, arbeidsdeskundige, bedrijfsarts etc.
* Afhankelijk van beschikbare brondocumenten (actueel, gevalideerd door deskundigen?) en beschikbare data in datasheet.
De cao-partners geven de paritaire werkgroep de opdracht mee om de verkenning, analyse en onderbouwing uit te gaan voeren. De scope, de randvoorwaarden en een tijdspad worden daarin meegegeven.
Stap 3: Afbakenen en onderbouwen
In de paritaire werkgroep wordt de verzamelde informatie uit de bronnen geanalyseerd en besproken. In deze fase wordt ook de input van deskundigen geïnventariseerd en verwerkt. Eventueel kan een quickscan of vragenlijst (zie stap 1) worden uitgezet op de data. De werkgroep brengt alle informatie vervolgens samen en stelt op basis van de deskundigheidsbeoordeling de uiteindelijke norm voor de mate van belasting.
De uitkomsten van de gesprekken die de paritaire werkgroep voert en eventueel de uitslag van een quickscan worden samengebracht in een heatmap: een visueel hulpmiddel dat inzicht geeft in welke functies te maken hebben met zwaar werk en op welke aspecten dat van toepassing is. In deze matrix worden functies of functiefamilies beoordeeld op basis van vijf werkkenmerken/ belastingsvelden (zoals hierboven omschreven). Per vestiging, afdeling en functies in scope wordt beoordeeld in hoeverre deze vormen van belasting voorkomen en hoe intensief, frequent en langdurig ze voorkomen. Deze beoordeling gebeurt op basis van gezamenlijke afwegingen, ondersteund door beschikbare data, bestaande instrumenten, deskundigen en sector- of bedrijfsspecifieke inzichten.
De aanpak is op deze manier toepasbaar in uiteenlopende sectoren en organisaties. Een ingevulde heatmap kan er als volgt uitzien:

- Rood: hoge belasting – structureel zwaar werk
- Oranje: matige belasting – aandachtspunt
- Groen: lage belasting – geen zwaar werk
Toelichting rijen en kolommen:
- In de bovenste regel per functie- of functiegroep wordt de besproken beoordeling van de werkgroep aan de hand van de geanalyseerde data aangegeven.
- In de tweede regel per functie/functiegroep kunnen beoordelingen die gebaseerd zijn op bijvoorbeeld de RI&E of de functieomschrijving worden toegevoegd. Een deskundige kan gevraagd worden dit in te vullen.
- In de derde regel per functie/functiegroep kunnen eventueel specifieke maatregelen of afspraken die speciaal gericht zijn op dit belastende werkkenmerk ingevuld/kort toegelicht worden.
- In de een na laatste kolom kunnen de mitigerende maatregelen worden benoemd.
Stap 4. Opstellen van een preventieagenda
Een belangrijk onderdeel van de aanpak is het opstellen van een preventieagenda gericht op duurzame inzetbaarheid. Op basis van de gevoerde dialoog met de paritaire werkgroep en de ingevulde heatmap met de mitigerende maatregelen, wordt hiervoor een eerste verkenning gemaakt:
- Welke maatregelen zijn er al ingezet om belasting te voorkomen of te verminderen?
- Welke aanvullende maatregelen kunnen er worden ingezet?
- Wat is daarvoor nodig (wat, hoe en wanneer)?
Deze agenda bevat concrete acties om resterende belasting te verminderen of te voorkomen, zoals aanpassing van werkprocessen, inzet van hulpmiddelen, scholing of herverdeling van taken. Het doel is om werkomstandigheden structureel te verbeteren en duurzame inzetbaarheid binnen de sector of organisatie te versterken. De preventieagenda en de ingevulde heatmap wordt door de paritaire werkgroep voorgelegd aan cao-partijen, die op basis daarvan een beslissing nemen over de verdere uitwerking.
Stap 5: Onderhandelingen RVU-doelgroep
De cao-partijen hebben het advies in de vorm van de heatmap met de onderbouwing en de preventieagenda vanuit de paritaire werkgroep ontvangen. De cao-partijen spreken met elkaar af wat de afbakening van de doelgroep is die in aanmerking kunnen komen voor een RVU-uitkering.
Stap 6: Cao-onderhandelingen
Afhankelijk van hoe de cao-partijen de gemaakte afspraken over de doelgroepafbakening voor de RVU hebben gemaakt, kan die afspraak worden ingebracht (al dan niet als hamerstuk) op de cao-tafel. De cao-partijen leggen de doelgroepafbakening met de onderbouwing van de verzwarende werkkenmerken daarna voor bij het expertisecentrum Zwaar Werk van TNO voor toetsing en advies.
Voor uitleg van de procedure van het expertisecentrum en antwoorden op vragen kan de website van de Stichting van de Arbeid worden geraadpleegd.